Over Camus en zijn vrouwen

Blog

super-star-camusMijn mooie niet zo jonge vriendin houdt van Camus, de filosoof. Niet alleen omdat hij werd uitgekotst door de Parijse intelligentsia en omdat hij een dwarse denker was, eerlijk en ongrijpbaar, onmogelijk om hem in een hok te plaatsen. De filosoof van de verzengende luchten en de zon, verzucht mijn vriendin, van de kunst van het leven, omdat het leven zinloos is. Niets depressiefs aan, vindt ze, in tegendeel. Complete vrijheid.  Maar ze houdt bovenal  van hem om zijn vrouwen. Niet om zijn vrouwen, verbetert ze zelf, maar de manier waarop hij de liefde ‘uitvoerde’, in het verlengde van hoe het leven geleefd moest worden. Zijn ‘Don Juanisme,’  en haar favoriete citaat: ‘Why should it be essential to love rarely in order to love much?’

Ze weet zeker, zegt ze, dat hij een van haar mannen geweest zou zijn. Op de muren in haar werkkamer hangen twee foto’s van Camus tussen alle artikelen, posters en familie foto’s. Natuurlijk, zegt ze, als hij niet zo knap geweest was, hing hij hier nu niet. Een foto van Camus met een mooie jonge vrouw, en een foto waar zij met hem op staat. Het lijkt een beetje alsof ze hand in hand staan. Onmogelijk natuurlijk, mooi gefotoshopt, maar toch, zegt ze, die foto geeft me kracht, en hoop, en soms nou, dan drink ik hier ’s nachts een wijntje met hem.  Interesseert me niets wat anderen daarvan denken, want het leven is er om geleefd te worden!

Zoals we samen lang geleden na wat (door ons) mislukte ‘verkeringen’ vluchtten voor een groep jongens. Onder leiding van een voormalig vriendelijke buurjongen nog wel, die ons toeschreeuwde dat wij net kerels waren, “hoe jullie godverdomme met jongens omgaan, hoeren!” en, “we krijgen jullie nog wel!” Het was nacht, het miezerde, hun gezichten niets meer dan bleke vlekken onder de lantaarnpalen aan de overkant van de dorpsstraat. Ik herinner me vooral dat we beheerst ‘vluchtten,’ en dat ik tegen haar zei dat we bijna thuis waren, en zij zei “Ik ben niet bang,” en “ik ook niet,” zei ik. Maar het duurde even voordat we weer zorgeloos op stap gingen. Waar een aantal van die brullende jongens gelukkig hun excuses aanbood, en ze als enkeling soms meevielen. Een van hen vroeg ons of wij Camus kenden. “Echt iets voor jullie, die vent, ook al is hij al lang dood,” zei hij. Zelf studeerde hij net een paar maanden literatuurwetenschappen, verwarde Camus vaak met Sartre, zei hij, maar daar gaven wij natuurlijk niets om, en mijn vriendin verdween al snel met hem naar buiten, de nacht in.

“Onder dezelfde sterren die Camus eens zag!” zegt ze nu cynisch, maar toen zei ze het echt.  Ik bestelde vandaag ‘Camus, een leven‘ de biografie door Oliver Todd. Zij leent het boek als ik het uit heb. Maar dan alleen als ik haar kan beloven dat ze na lezing nog steeds een wijntje met hem zou willen drinken.