Een nieuw verhaal

Blog

Mijn nieuwste verhaal verschijnt in de komende uitgave van het Vlaamse literaire tijdschrift Deus-ex-Machina, in juli. Ben altijd bang dat het niet door gaat –  dat het verhaal bij nader inzien toch waardeloos is, helaas. Maar eerder verscheen een verhaal van mij al in Deus-de-Poche II.  Het komt heus goed. Ik ben er weer blij mee. Hoera!

Perpetuum mobile van de liefde

Blog

Ik las dit boek van Renate Dorrestein jaren geleden. Een boek als een luidruchtige caleidoscoop, waarin Dorrestein haar dode zusje optekent in een onvergetelijk portret, en zichzelf genadeloos analyseert. Sommige boeken zijn meer dan een verhaal, ze zijn een belevenis, in dit geval een huiveringwekkende reis.

Ik herinner me dat ik tegen een van mijn levende zusjes zei; dit boek móet je lezen. Daarna was ik het boek jarenlang kwijt, waarschijnlijk leende ik het haar, en kreeg ik het nooit meer terug. Maar ik had het verhaal opgeslagen in mijn persoonlijke bibliotheek in mijn hoofd, en daar stond het te wachten tot ik er weer tijd voor wilde maken. Het is spannend om een boek opnieuw te lezen – je weet nooit of je hetzelfde verhaal terug gaat vinden.

Net herlas ik het boek. Het was nog dwingender dan ik me herinnerde, nog duizelingwekkender en intelligenter en voller en meer van alles. En iedere keer als ik het weg legde om thee te zetten of de kat weg te jagen, was het alsof het boek tegenstribbelde. Alsof de woorden en zinnen het papier deden bollen, alsof Dorrestein door typte binnen de kaften van het boek, vloekend en knarsetandend en soms hardop lachend, met de foto van haar dode zusje op de tafel en haar dansende buurvrouw Lydia voor het raam, met haar kop-van-jut-man.

Maar mijn zusje nam de lift naar de bovenste etage van een flatgebouw, zij wist het dak te bereiken, zij liep naar de rand en zij sprong – en haar vallende lichaam laat zich lezen als een duidelijke zin; ‘Jij kon me niet helpen.’ En van het ene op het andere moment werd ik een onbelangrijke passant, een nutteloze omstander. Ik werd nietig verklaard. Haar zelfmoord hief mij op. En dat kon ik niet verdragen.’

Verdriet

Blog

Mijn vader trekt zijn t shirt uit zijn broek, en pulkt vier pepernoten uit de plooien. “Ja ja,” hij zucht, ‘die vond ik zo mooi. Ik dacht, ik bewaar ze maar hierin.” Hij pakt een glad steentje uit zijn pot op de boekenkast en legt die voorzichtig tussen de pepernoten in zijn hand. Hij schudt ze zachtjes door elkaar, zijn hoofd scheef. “En deze kan er mooi bij,” zegt hij. Hij propt de pepernoten en het steentje in zijn broekzak.  “Zo,” hij knikt naar me, triomfantelijk. “Lekker pap,” zeg ik.

Mijn vader is bang dat hij zijn stenen verliest in het verzorgingstehuis. Omdat mensen uit het huis spullen van elkaar meenemen naar hun eigen kamer. Niet om te stelen, maar gewoon, omdat het mooie dingen zijn. En omdat het niet helemaal duidelijk is wat van wie is. En omdat bezit er niet meer toe doet, of een onbegrijpelijk concept is. Bewoners lopen in en uit, en ook mijn vader had langere tijd een pop op zijn wastafel staan die wij niet herkenden.

Zijn hele leven lang verzamelde hij stenen, en mooie stukken hout. Dat doet hij nog steeds. Maar nu is hij bang dat zijn spullen verdwijnen. Er trekken mensen aan zijn deur. Op de gang klinken stemmen, er wordt met een deur geslagen. Mijn vader zit rechtop in zijn bed en luistert. Of hij geen voetstappen hoort. Mensen die iets komen halen bij hem. Hij draait zijn deur op slot en kruipt met al zijn kleren aan onder de dekens.

“Weet je,” zei hij een paar weken geleden, “ze doen hun best. Maar het blijft een chaos hier soms en al die dingen, die zo groot zijn, de mensen, en het is dit nu want zo gaat het.” Ik knik.  Mijn vader was een meneer en nu leeft hij samen met vreemden, die eens ook meneren en mevrouwen waren.

Mijn vader is een jongen en een man tegelijk. Hij dwaalt door zijn geheugen en maakt verhalen van de herinneringen die hij hier en daar vindt. Een reiziger. Hij vertelt over zijn boeken, iedere keer opnieuw. Foto’s van een vakantie op zee en de bergen, waar zijn vriend bijna in een afgrond stortte. De verhalen veranderen maar wij snappen wat hij bedoelt. Wat hij gezien heeft. Wij helpen hem. En zodra we de deur uit zijn, is hij alleen. Met zichzelf, en de mensen op de gang.

Wordt hij niet nog verwarder doordat hij samen leeft met verwarde mensen, die zomaar de kamer kunnen binnen lopen? Die steentjes mee nemen, een pop, een foto album. Een pet, of een wandelstok. Die boos zijn, schreeuwen, huilen, jammeren. Hij vergeet alles, maar onthoudt dat zijn spullen verdwijnen.

(Hoe kan ik dit schrijven, en hem niet mee nemen naar huis. Mijn leven opzij zetten, tijdelijk, om voor hem te zorgen. Zodat hij in rust zijn boeken kan bekijken, weer stenen en stukken hout kan verzamelen. Een kopje koffie kan drinken, of alleen maar slaapt, hier, in een luie stoel in onze woonkamer.)