Over foute fantasieën

Blog

Afgelopen week hield een bibliotheekmedewerker met een vies gezicht een oud bouquetreeks boekje omhoog, bij het journaal. “Zo seksistisch, zo niet feministisch, zo fout,” zei hij. Misschien niet helemaal in die woorden, maar daar kwam het dan toch op neer. Het nieuwsitem behandelde boeken die de bibliotheek verwijdert, op basis van veranderende inzichten. Rondom Zwarte Piet onder andere, maar dus ook over die foute Bouquetreeks boekjes.

Ook ik schreef een bouquetreeks boekje. En hoewel ik geen vaste lezeres of uitgesproken bewonderaarster ben van het genre, voelde ik me aangesproken. Niet alleen dat, ik raakte geïrriteerd. Want hoezo is een verouderd Bouquetreeks verhaal een foute fantasie die verwijderd wordt, en gebeurt dat niet met uitgesproken seksistische boeken van oudere schrijvers. Zoals Henri Miller, Gabriel Garcia de Marquez of Jan Wolkers? Of, ik roep maar wat, Plato? Verguisd en bewonderd, maar dan toch. Ze staan nog steeds in de bibliotheek, en je hoeft je er niet voor te schamen als je ze leest, of schrijft.

Hoe anders is dat met een bouquetreeks boekje.

Niemand doet het

Het lezen van een bouquetreeksboekje heeft iets weg van het bezoek aan een prostituee; niemand doet het, en toch geven Nederlandse mannen er jaarlijks zo’n 430 miljoen euro aan uit. Net zoals er wereldwijd iedere vier seconden een Bouquetreeksboekje wordt verkocht terwijl niemand de boekjes leest. Per jaar meer dan 130 miljoen exemplaren. De uitgever, Harlequin, zegt een miljoen lezers in Nederland te hebben, uit alle rangen en standen. Uit eerder onderzoek in Amerika bleek dat de helft van de lezers hoogopgeleid is.

In veel boekenkasten staan de Harlequin boekjes achteraan. Misschien niet per sé verstopt, maar zeker minder zichtbaar dan de literaire werken. En dat terwijl het verschil in stilistisch opzicht soms niet heel groot is, in ieder geval volgens vertaler Jos den Bekker in de Intermediair van 21 februari 1992 . ‘Natuurlijk, in de ‘echte’ literatuur kom je hoogstandjes tegen (economie van woordgebruik, trefzekerheid van typering) die in de massaliteratuur niet voorkomen, maar de ‘echte’ literatuur kent ook veel slecht geschreven werken, zoals in de massaliteratuur veel met vaart en gevoel voor stijl geschreven boeken voorkomen.’

Leuk detail, Bekker verwijst ook naar een achterpagina van NRC Handelsblad waarop een aantal fragmenten uit ‘echte’ romans en uit boekjes van de Bouquetreeks verschenen. Niemand, behalve de samensteller, kon ze van elkaar onderscheiden.

Helaas vond ik die achterpagina nergens. Maar ik kan me er van alles bij voorstellen.

Onderdanige vrouwen

Bouquetreeks boekjes worden overwegend gezien als romantische pulp, waarbij de man overheersend is, en de vrouw onderdanig en ‘ontvangend.’ De personages zijn stereotype, en verbeelden een fantasie die niet realistisch is – een fantasie die vrouwen (want zij lezen de boekjes) een verkeerd beeld van ‘echte’ of ‘normale’ heteroseksuele relaties zou geven.

Alsof de vrouwelijke lezer die verhaaltjes niet doorziet, en niet weet dat de werkelijkheid heus anders is. En dat die fantasie mee verandert met ontwikkelingen in de maatschappij, wordt wel steevast benoemd, maar speelt kennelijk ook niet mee in de beoordeling van de boekjes.

Voor de literatuur gelden andere beoordelingskaders. Ten eerste snappen deze lezers natuurlijk wél dat ze een fantasie lezen – ook al zijn ook deze lezers overwegend vrouwen. En daarnaast zijn vrouwen in die boeken natuurlijk altijd gelijkwaardig aan de mannen, in alle opzichten.

Maar hoe gelijkwaardig zijn vrouwen en mannen eigenlijk in de literatuur?

Om onder andere dat te onderzoeken, zetten Utrechtse studenten Nederlandse letterkunde in 2016 de zogeheten Personagebank op, voor onderzoek naar diversiteit in de personages. Ze lazen om te beginnen alle 170 romans uit de groslijst van de Libris Literatuurprijs 2013 en turfden geslacht, leeftijd, afkomst, woonplaats, beroep en opleidingsniveau van elk personage.

Wat blijkt? De vrouw als romanpersonage is meestal bijfiguur, geen centrale held. De machtige rol van verteller krijgt ze weinig toebedeeld; die ligt vaak bij een man. Verder is de papieren vrouw een stuk lager opgeleid dan haar mannelijke tegenspeler, haar beroep wordt vaak niet eens vermeld. En de twee meest genoemde ‘beroepen’ van vrouwen in de Personagebank zijn, na student en scholier: huisvrouw en prostituee.

Meer dan de helft van de vrouwen in romans is jonger dan 35, tegenover ca. 35 % bij de mannen. Verder blijkt de leeftijd bij mannen vaker dan bij vrouwen niet ingevuld, terwijl die verhouding bij alle andere kenmerken andersom is. Kennelijk is leeftijd een kenmerk dat bij vrouwen vaker onderdeel is van de manier waarop ze beschreven worden.’

En nog iets, vrouwen schrijven vaker over vrouwen én mannen, dan mannen over vrouwen.

Dus toch. Ook de literatuur ontkomt niet aan ‘de verouderde werkelijkheid,’ aan bestaande machtsverhoudingen in de maatschappij, stereotypering, en daaruit voortkomende fantasieën. Net zomin als die verfoeide Bouquetreeks.

Oude mannen fantasieën 

In ontelbare literaire romans lezen we daarnaast mooi geschreven fantasieën over relaties tussen minderjarige meisjes en oude mannen. Over obsessies van mannen met verkrachtingen en vernederingen van, en moord op, vrouwen. Ik mailde de studenten van de Personagebank, of ze ook zoiets turfden als geweld in boeken. Dat doen ze (nog) niet. Maar het zou me niets verbazen als mannen in boeken meer geweld plegen tegen vrouwen, dan tegen mannen. Vernedering, misbruik, verkrachting en moord, zoals we dat ook in films zien, met uitzondering van oorlogsfilms. Maar daarin zijn het dan toch echt overwegend mannen die mannen vermoorden.

Verschil met de literatuur is dat in de Bouquetreeks de vrouwelijke personages altijd leading zijn, ongeacht hun bewondering voor de man. En de vrouwen zijn schrijfster, journaliste, docente of architecte, nooit (meer) huisvrouw of prostituee. In de huidige boekjes doen ze professioneel en intellectueel niet onder voor hun tegenspelers, hoewel ze wel altijd beduidend armer zijn, maar ach, dat is omdat de mannen puissant rijk zijn, niet omdat de vrouwen niet voor zichzelf kunnen zorgen. Vrouwen worden niet vermoord, en tegenwoordig ook niet meer verkracht.

Je zou zelfs kunnen zeggen dat de boekjes in meerdere opzichten vrouwvriendelijker zijn dan de literatuur, toch?

De verantwoordelijkheid van de schrijver

Waarom dan toch die afschuw van de fantasie in de Bouquetreeks? Is het dat we van de lezers van literatuur meer verwachten dan van de Bouquetreekslezeres. Of is het omdat literaire schrijvers hun fantasieën mooier, of complexer verwoorden? Want het blijft een fantasie, ook al gebeurt het ook in het echte leven. Dat laatste zou er juist voor pleiten om al die literatuur maar uit de bibliotheek te halen, als we dan toch bezig zijn met een zwartlijst. Want hoe kan de lezer dan nog begrijpen wat de schrijver precies bedoelt? En wat als de lezer het zelfs ‘verkeerd’ begrijpt?

Zo wordt in mijn verhaal ‘De leesclub’, vorig jaar verschenen in Tirade, een jong meisje verkracht door de voorzitter van de club, fan van Gabriel Garcia Marquez. Het meisje is blijvend verminkt en schrijft voor haar studie Literatuurwetenschappen een scriptie over ‘Het gebruik van het kind meisje in (oude) mannen literatuur.’ Haar onderzoeksvraag: hoe verhoudt geweld op papier zich met geweld in de realiteit?

Ze schrijft ‘Wat als de lezer of lezeres het eigen leven onbeduidend vond na het lezen van zo’n boek, een literair kunstwerk vol voluptueuze woorden om de verkrachting van een kind of een meisje te camoufleren of decoreren, met het eclatante breed uitgemeten of gemillimeterde schuldgevoel. Het berouw dat soms wel of niet beschreven werd en dat de dader niet vrij pleitte maar menselijk maakte. Wat, schreef ze, als de lezer zich herkend en gelegitimeerd wist door het verhaal van de schrijver?

Of kunnen we bij het ene boek wel zeggen dat het van invloed is op hoe we kijken naar machtsverhoudingen tussen man en vrouw, en bij het andere niet? Een idee dat me zeker in deze context absurd lijkt. Want juist Bouquetreeks boekjes worden niet geprezen en bejubeld, en literaire boeken wel. En juist Bouquetreeks boekjes lezen we als verstrooiing, terwijl literaire romans ons iets zouden moeten ‘vertellen.’

Maar goed, zo lang we literaire fantasieën publiekelijk ‘accepteren’, maar niet die foute Bouquetreeks fantasie, ben ik blij dat we de boekjes toch lezen, ook al is het soms stiekem. Hoera voor de Bouquetreeks, hoera voor de fantasie.