Over merkpersoonlijkheid en ‘het nemen van je rol.’

Blog

Ken jij je merkpersoonlijkheid? Een ‘must,’ zeker voor kleine zelfstandigen. Ook schrijvers zijn een merk, zo vertelde een marketeer mij. Maar zoals jij blogt, zei hij, zomaar zes blogs achter elkaar, dan weer maanden niet, dan weer over de liefde, of over feminisme (“altijd lastig, hmm ver van weg blijven als je niet Beyoncé of Emma Watson heet, klikt als star, principieel, niet doen!”) En dan die laatste blog over die pyjama’s, zuchtte hij, zo wil je toch niet bekend staan? Die tweede roman die nog steeds in de maak is? Point is, vond hij, er zit geen regelmaat en geen lijn in! De lezer weet niet wat hij bij jou kan vinden. Wat is er te halen? Je blogs zijn ook nog eens te  lang.  En  “I hate to break it to you,” zei hij, maar “als je wat ouder bent, ik bedoel, boven de 40, dan heb je wat extra’s nodig om te scoren. “ “Je moet kiezen,” vond hij met opgestoken vinger, “neem je rol jongedame!”

We lazen samen een artikel over jonge schrijvers, zeer geschikt voor allerlei ‘rollen,’ zoals tafeldame bij DWDD of columnist bij een grote serieuze krant. Daar tegenover staat dan de ‘serieuze,’ wat oudere maar al lang bekende schrijver, die net voor de digitale schrijversrevolutie naam maakte, en die naam zonder al te veel dynamiek uitzit.  Vooral dikke romans schrijvend, en af en toe een essay dat andere ‘zittende’ schrijvers dan bespreken. Want voor die andere rollen zijn zij ook minder geschikt. Daar tussenin zit niet veel, blijkbaar. “De Libelle misschien?” opperde mijn marketeer nog, maar erg twijfelachtig, een ‘optie’ die hij daarna ook niet meer met me wilde ‘verkennen.’ Kennelijk behoor ik tot het  schrijvende type waarvoor geen professionele rol beschikbaar is. Hoe deprimerend is dat?

Het is niet eens zo heel lang geleden dat ik een schrijver sprak die wel onder de indruk van me was, omdat ik als schrijver ‘gewoon tegen iedereen vertelde dat ik televisie keek!’  Een schrijver uit de vorige eeuw, bedachtzaam en met een voorkeur voor dikke boeken over mannen die los moeten komen van hun vader en tijdens die (kroegen)tocht allerlei slechte of goede vrouwen ontmoeten.  Hij keek zelden televisie, had wel pasgeleden een documentaire over John Lennon gezien, prachtig overigens. De schrijver als hoeder van de ‘hogere’ cultuur. Daar hoorde televisie kijken niet bij, met uitzondering misschien van wat ‘zwaardere’ documentaires, mits de juiste namen in de aftiteling terug kwamen. De schrijver als belangwekkend figuur met sigaar, die chagrijnig mompelend indruk maakte, en daar ook nog mee weg kwam. Dat waren nog eens tijden.

Zelfdiscipline!” vindt de marketeer, en “jezelf niet iedere keer opnieuw uitvinden! Schrijf. Ga door met conversie optimalisatie. Kies je publiek.  Regelmaat.” Daarna vroeg hij mijn advies. Want ik was als (onder andere) conceptdenker, schrijver en loopbaanadviseur de expert in het ‘branden’ van een ‘persoonlijk merk.’ Altijd lastiger om op jezelf toe te passen, zei hij. Zijn leidinggevende vond dat hij ‘zijn rol’ niet nam en hij had het gevoel dat die vijf woorden nu zijn carrière binnen de organisatie bepaalden. Ik nam mijn rol. Het was niet zo moeilijk – misschien zien we hem binnenkort in een van de afleveringen van ‘Ik vertrek.’

 

——-

(Meer van me lezen? In Eindhovens Dagblad deze week mijn recensie van ‘Het weergaloze bestaan van keizer Frederik II’, van Cas van Houtert.)