Over jonge lezers uit Amsterdam #boekenweekvoorjongeren

Blog

Geachte Lizette van Geene, onlangs heb ik een verhaal van u gelezen,’ schrijft een jonge lezeres, ‘Ik heb ontzettend genoten van dit korte verhaal. Een verhaal zoals dit had ik nog nooit gelezen.’  Hoe fijn is het om zo’n reactie te krijgen? Voor de zomervakantie lazen leerlingen uit de vijfde klas van het 4e gymnasium uit Amsterdam een verhaal uit mijn bundel. Een verplichte leesopdracht natuurlijk, want mijn bundel staat (nog) niet op de boekenlijst. Van een aantal van hen ontving ik via de docente een reactie.

De bovenstaande vriendelijke lezeres las ‘Judas’, waarin een meisje haar bloedmooie zus verraadt, die een (nog) platonische relatie met haar biologieleraar heeft. Die relatie blijkt niet helemaal duidelijk voor de lezeres ‘Zo had ik in mijn hoofd dat de biologiedocent eerst het vriendje was van de ik-persoon en dat haar zus hem van haar had ‘gestolen’,’ schrijft ze ‘ terwijl een vriendin van mij dacht dat ze (red.- naakt) voor het raam ging staan, met als enige doel een hoger cijfer.’ Heerlijk om te horen hoe een verhaal vorm en betekenis krijgt in het hoofd van een lezer.

Ook Josephine en Kemi lazen ‘Judas.’ Zij vonden het qua thematiek nogal een standaard verhaal, dat je terug vindt in veel boeken en ‘misschien ook wel in girl-magazines.’ Daarnaast wordt er volgens hen te veel aandacht geschonken aan metaforen en vergelijkingen. ‘Wij hadden liever iets meer ‘normale’ zinnen tussendoor gezien, om het geheel ietwat luchtiger te maken.’ En dat snap ik, want Judas hangt inderdaad van de beelden aan elkaar. Dan Jente en Yulan, zij vonden het een vermakelijk verhaal om te lezen, ‘maar we hebben niet het idee dat het ons heel erg bij zal blijven. We leefden mee met het hoofdpersonage, maar het verhaal was wel voorspelbaar.

Een andere leerling las ‘De toestand van de dingen’ en vindt dat dit verhaal niet gelijk is afgelopen na de laatste punt, ‘eigenlijk begint het dan pas. Het laat je nadenken over wat er nou eigenlijk is gebeurd en wat de cursieve teksten er mee te maken hebben. ‘ Hij vond het interessant, ‘maar als er een boodschap in zat is deze helaas aan mij ontschoten.’  Ook David las dit verhaal. Hij schrijft dat het duidelijk was dat de auteur van ‘De toestand van de dingen’ iets nieuws probeerde door een ander perspectief en een bijzondere schrijfstijl te kiezen. ‘Daar is in principe niks mis mee, maar het zorgde voor veel onduidelijkheid,’ zegt hij, ‘literatuur moet te volgen blijven, bij elke zin zou je aan de bladzijde moeten plakken. Dat was bij dit korte verhaal bij ons niet van toepassing. De auteur toont durf maar heeft voor ons niet het gevoel gegeven dat ze heel erg na had gedacht over hoe de lezer het nou daadwerkelijk zou opvatten.

Ja, mijn verhalen werden streng beoordeeld! En de reacties snijden nog hout ook, want ik kies mijn vorm en structuur soms zonder de toekomstige lezer in mijn hoofd, zeker bij mijn verhalen. En hoe zit dat met de boodschap in mijn verhalen, die voor mij ook niet altijd duidelijk is. Wat zegt dat over mij, als schrijfster? De opmerkingen van deze jongeren zetten me aan het denken. En aan het schrijven. Dus, leerlingen uit de vijfde klas van het 4e Gymnasium uit Amsterdam, dank voor jullie openhartige reacties. Ik hoop dat jullie nog veel verhalen lezen en becommentariëren (en liefst ook zelf schrijven, doen hoor), daar wordt de schrijverswereld beter van.