Over onechte schrijvers

Blog

“Een echte schrijfster schrijft,” vindt mijn mooie niet zo jonge vriendin,  “en wordt gepubliceerd, of publiceert zelf.” De lezer doet er volgens haar niet toe. Die gaat er toch maar met de bedoeling van je verhaal vandoor, en vindt er van alles van! “En je bent heus ook schrijfster als je niet gelezen wordt,“ zegt ze opbeurend. “Trouwens,” zegt ze, “er bestaan geen onechte schrijvers, of wel soms?”

Bestaan er onechte schrijvers? Vroeger was de echte schrijver herkenbaar. Een boek werd gepubliceerd door een gewichtig uitgever, gevolgd door serieuze berichten en heel af en toe een serieus interview. Schrijvers schreven jaren aan een boek, verscholen in hun schrijvershuis. Het duurde weken voordat het nieuws over een boek zich verspreidde. Je moest naar een boekwinkel om het boek te halen. Alleen echte recensenten schreven een recensie, waarvoor je dan weer een krant moest kopen om deze te lezen. Nu schrijft en publiceert iedereen zomaar boeken.  Je kunt bloggen, recensies schrijven en je verhalen en romans gratis aanbieden. Via Amazon worden zelf publicerende schrijfsters en schrijvers steenrijk, in eigen beheer gepubliceerde boeken verschenen in Amerika al op de lijsten met bestsellers. Voldoende betalende lezers te vinden dus, voor die schrijvers die niet via het oude uitgeverssysteem publiceren.

Wat zegt dat over de schrijfster? Ben je een schrijfster als je een groot betalend lezerspubliek hebt, ongeacht of je dat via een gerenommeerd uitgever doet, of in eigen beheer? En wat te vinden van een boek dat door een gerenommeerd uitgever met veel bombarie wordt uitgegeven en maar een kleine lezerskring heeft? Een onechte schrijver, of een onbegrepen schrijver? Geldt hetzelfde voor de schrijver die in eigen beheer publiceert, en ook een klein lezerspubliek heeft? Of gaat het over de lezer? Is de ene lezer misschien een echte lezer die echte schrijvers leest, en de ander niet? En wie gaat zichzelf dan opperlezer noemen, om vervolgens iets te vinden van lezers die bijvoorbeeld ‘Vijftig tinten grijs’ of nog steeds graag Olaf j. de Landell lezen?

Ik vond mezelf al een schrijfster, toen ik nog geen woord gepubliceerd had. Toen ik mijn eerste manuscript naar drie uitgevers stuurde, studeerde ik nog in Tilburg. Ik duwde drie dikke enveloppen door de brievenbus (adressen van de uitgevers vond ik in de Gouden Gids) en daarna gingen vriend en ik uit eten om het te vieren. Die avond wist ik me een echte schrijfster, niet alleen omdat ik binnenkort gepubliceerd en beroemd zou worden, maar ook omdat ik teveel geld uitgaf aan mijn manuscripten bij de copyshop en het postbureau, en daarna nog dat etentje. Het duurde maanden voordat ik de eerste afwijzing in de brievenbus vond,  een standaard afwijzing op dik briefpapier, in een enveloppe met glanzende opdruk van de uitgeverij.

“Een beetje sneu dat verhaal, jezus wat was jij naïef! “ vindt vriendin, “maar ook dat maakt mensen tot schrijfsters. Doorzettingsvermogen, teveel fantasie, met dat gedagdroom over dat ene boek, en stug blijven schrijven!“  Volgens haar moet de schrijfster schrijven, met of zonder lezer, en ook de schrijver die in zijn hele leven maar een boek schrijft, is een schrijver.  Ze werkt nu zelf trouwens aan een gedichtenbundel waarvan ze de eerste 100 exemplaren gratis weggeeft op Amazon. En of ik dat in mijn blog wil noemen?