Verhalen

Maanverband (fragment)

Ik weet nu, liefde is als een paard, gelijk aan welke ruiter haar berijdt. Onder mij en vader rekte ze zich lui, waar ze onder moeders teugels galoppeerde, briesend. Zoals moeder van mij hield en van mannen. Maar ze hield het meest van vader. Ze streek de plooien in zijn verplegersjasje glad en kuste hem iedere ochtend voordat hij de deur dicht trok om naar het ziekenhuis te gaan waar ook zij werkte, als hartchirurg, snijdend en heersend over leven en dood. Ons huis had terrazzovloeren, inloopkasten, het water van het zwembad spiegelde in de hoge ramen van het tuinhuis en de oprijlaan slingerde zich om pergola’s, berken, kastanjebomen en ligusterhagen. Achter onze tuinen strekten zich de velden van het dorp. Het geronk van tractoren, gladgestreken boeren zondagmorgen gezichten achter de rozenstruiken. In de weekenden zongen moeders vrienden, collega’s, bekenden en familie door de tuinen, ze verdwenen door deuren, fluisterden door de gangen, de muziek die vanuit de salon het huis vulde. Moeder danste.
Mijn vader danste niet, hij zong nooit. Waar vaders in het leven al weinig in te brengen hebben, droeg die van mij afhangende schouders en gevouwen oogleden, zodat hij niemand meer recht in de ogen keek. Hij had iets van een buldog, krachtig gebouwd, met veel massa die over zijn bandplooibroek puilde en een symmetrisch, plat gezicht met al even afhangende mondhoeken. Hij lag meestal op onze bank en ging geluidloos over in het vloerkleed waar moeders pumps gaten in prikten.

Lees verder op Brabant Cultureel, speciale bijdragen/proza, 2015


 


 Henriette. Ofwel het mysterie van de vrouw

Het begon met de journaliste van de Volkskrant. Ze reed op een zomerse dag drie rondjes om ons schoolgebouw voordat ze een parkeerplek vond. Ze parkeerde haar witte Mercedes schuin tegenover de lerarenkamer en Henriette en ik zagen de docenten ontwaken toen ze uitstapte. Hun bewegende monden achter het raam, de docent Duits haren naar achter strijkend, hoe onze decaan zijn blouse netjes in zijn broek stopte. De journaliste zweefde voorbij in een wit rokje, haar bruine benen zichtbaar als de wind het rokje liet bollen en haar zwarte haren glansden in de zon. Haar pumps prikten gaatjes in het zand en onder haar hooggesloten blouse rolde de aanzet tot haar borsten. Een paar jongens uit de zesde van het VWO floten naar haar maar ze trok alleen maar haar wenkbrauwen op. Daarna zaten we in de aula. De journaliste links vooraan, benen over elkaar gevouwen. Licht verveeld, een model voor een fotosessie. Toen zij het woord kreeg, zwegen we allemaal. Haar stem was hoog, met een licht hees timbre.

Ze stelde zichzelf voor, 32 jaar, onderzoeksjournaliste bij De Volkskrant en ze werkte aan een tweede boek over De seksuele beleving van jonge meisjes. Haar eerste boek Grenzeloze meisjes was een bestseller en ze schreef het vervolg. Natuurlijk was ze daarna niet meer verstaanbaar, maar, zo bleek aan het einde van de bijeenkomst, alle meisjes uit de HAVO-VWO klassen 2 tot en met 6 werden verzocht om deel te nemen aan het interview. Vanzelfsprekend deden Henriette en ik mee, als oudste VWO meisjes van de school. Wij bogen ons al jaren over onze eigen seksualiteit, weliswaar zonder al teveel praktijkervaring, behalve dan dat ik zeer geregeld en zonder scrupules, ‘de hand aan mezelf sloeg’, zoals Henriette het uitdrukte. Maar, zo bleek al snel, wij bogen ons niet over onze seksualiteit, zoals wij geacht werden dat te doen.

Lees verder op Brabant Literair